Digital Inequality

research on skills, uses, and outcomes of Internet technology

NetvibesLastfmPownceGoogleLinkedin

Projects

From digital skills to tangible outcomes
Skils uses outcomes238x194

21st-century Digital Skills
sitelogo

Social Context of Digital Inequality
image

 

In the Media

Zowel thuis als op het werk internetten we vaker en langer. En vrijwel iedereen doet er zijn voordeel mee, maar jongeren en hoogopgeleiden nog het meest. Zo blijkt uit het Trendrapport ‘Internet 2012′ van Universiteit Twente, opgemaakt in opdracht van Digivaardig & Digiveilig

Iedereen online

We lopen aan kop in Europa, met 96% van onze bevolking die thuis over fysieke toegang tot internet beschikt. 87% gebruikt internet dagelijks.

Behalve thuis, op het werk, of op school maken we ook onderweg steeds meer gebruik van internet. In een jaar tijd is de toegang tot mobiel internet via smartphones gestegen van 31 tot 42% en via tablets van 10 tot 27%.

Gemiddeld zaten we in 2012 op een werkdag (inclusief vrije tijd) 4 uur en 48 minuten op internet. Op een vrije dag is dat gemiddeld iets minder: 4 uur en 18 minuten. De onderzoekers, Dr. Ing. Alexander van Deursen en prof. Dr. Jan van Dijk: “Iedereen kan bijna altijd en overal online zijn. Gebruik van internet via laptops, tablets en smartphones blijft groeien en biedt ontzettend veel voordelen. Vooral hoger opgeleiden profiteren optimaal van de vele mogelijkheden van het internet.”

Beroepsbevolking actiever op internet

Van alle werkzame personen, mannen en vrouwen, maakte in 2012 70% gebruik van internet op het werk. Ook hier hebben hoogopgeleiden meer toegang tot internet (81%) dan laagopgeleiden. Meer dan de helft van de respondenten van het onderzoek gaven aan door internet effectiever, efficiënter en kwalitatiever te werken.

Privé en werk lopen ook steeds meer door elkaar heen. De hoeveelheid tijd die werknemers tijdens werktijd besteden aan privézaken via internet wordt ruimschoots gecompenseerd door de tijd die ze thuis via internet aan het werk besteden, aldus de onderzoekers.

Wat doen we verder allemaal op het wereldwijdeweb?

Alexander van Deursen van de Universiteit Twente: “Op werkdagen maken hoogopgeleiden veel meer gebruik van het internet dan laagopgeleiden. Op vrije dagen is precies het omgekeerde het geval. Verschillen die te maken hebben met wat men op internet doet. Hoogopgeleiden kiezen voor informatie, educatie en carrière, laagopgeleiden vooral voor vermaak, zoals gamen, chatten en filmpjes kijken. Mensen met een hogere opleiding werken ook meer thuis via internet, 21% minimaal eenmaal per week. Slechts 6% van de Nederlanders met een lagere opleiding doet dit.”

Bijna iedereen mailt, bankiert en shopt

We maken ook meer gebruik van internet door allerlei toepassingen die steeds populairder worden. Waaronder zoeken via Google, e-mailen (beide 99%), online bankieren (96%) en online winkelen (96%). Opvallend bij het laatste punt is dat er een lichte afname te zien is in het kopen van nieuwe spullen via internet, maar een toename in het gebruik van online marktplaatsen.

Allemaal sociaal

In het trendonderzoek is ook het gebruik van sociale netwerksites zoals Facebook, Linkedin en Twitter in kaart gebracht. 77% van de Nederlanders gebruikt minimaal één sociaal netwerk waarbij Facebook veruit het populairste is. 68% van de volwassenen ouder dan 16 maakt hier gebruikt van. Daarna volgen Youtube (57%), Hyves (40%) en Google+ (32%). Ook telefoneren (bijv. Skype) en chatten wordt meer gedaan. Verder communiceren vooral studenten (86%) via Facebook en gemiddeld Facebooken er meer vrouwen dan mannen. Het plaatsen van persoonlijk nieuws of informatie op internet en de deelname aan discussies gebeurt steeds meer via sociale media.

Wat levert dat verder nog op?

Volgens het Trendonderzoek blijkt dat het gebruik van internet steeds meer voordelen biedt. Deze voordelen zijn het grootst  wanneer men actief deelneemt aan de economie en samenleving. Een paar percentages op een rij:

  • 28% van de Nederlanders gebruikte internet om te bepalen op welke politieke partij te stemmen
  • 38% heeft ooit online een petitie ondertekend
  • 56% is beter op de hoogte van overheidsinformatie
  • 28% heeft online een subsidie, uitkering of belastingverlaging ontdekt
  • 58% van de Nederlanders geeft aan via internet meer contact te hebben met familie en vrienden
  • 33% heeft via internet nieuwe vrienden gemaakt.
  • 17% is ooit via een op internet gevonden vacature aan een baan gekomen.

Toch niet alleen rozengeur en maneschijn

De onderzoekers zijn van mening dat niet iedereen evenveel profiteert van het toenemende gebruik van internet. Alexander van Deursen: “De verschillen tussen bevolkingsgroepen zijn groot. Vooral hoger opgeleiden, mannen nog meer dan vrouwen en jongeren meer dan ouderen profiteren het meest van de mogelijkheden van het internet.”

Mannen, hoger opgeleiden en jongeren behalen bijvoorbeeld meer economische effecten zoals het verkopen van eigen spullen, een goedkopere vakantie boeken of een baan vinden. Opvallend is ook dat jongeren beduidend meer gezondheidsnut uit internet halen dan ouderen. Dit terwijl juist ouderen op dit punt meer hulp zouden kunnen gebruiken.

Er wordt weinig gewerkt aan internetvaardigheid

En ondanks dat we internetvaardigheden steeds belangrijker vinden, gaan we met zijn allen weinig gestructureerd aan de slag om deze te verbeteren. Zo vallen Nederlandse werknemers bij vragen over en ongemakken met internet eerder terug op collega’s (34%) dan op de helpdesk (20%). Ook heeft slechts 22% van de ondervraagden de afgelopen drie jaar op of via het werk een cursus gevolgd om zijn internetvaardigheden te ontwikkelen. Uit eerder onderzoek van Digivaardig & Digiveilig is al gebleken dat dit een behoorlijke kostenpost meebrengt voor het bedrijfsleven. En het vergroot de digitale kloof: juist de laagopgeleiden, de groep die deze trainingen het hardst nodig heeft, nemen het minst vaak deel aan dit soort activiteiten.

Nog niet zo digiveilig

Internetgebruik brengt ook gevaren met zich mee. Nederlanders nemen, in tegenstelling tot 2011, dit jaar wel iets meer maatregelen om zichzelf op het internet te beschermen, maar het is nog niet voldoende. Wel gebruiken we vaker een virusscanner (toename van 82% naar 87%) en wisselen we regelmatiger van wachtwoorden (in 2012 38%, in 2011 slechts 31%). Maar dat is nog niet genoeg.
Met campagnes als ‘Je wachtwoord: maak het niet te makkelijk!’, wordt dan ook geprobeerd het belang van veilig internetten onder de aandacht te brengen