Digital Inequality

research on skills, uses and outcomes of Internet technology - by Alexander van Deursen

NetvibesLastfmPownceGoogleLinkedin

Twitter

 

Managementsamenvatting Rapport

 

ICT-competenties lijken in organisaties vaak een ondergeschikte rol te spelen. Er wordt onvoldoende gemonitord hoe het staat met het niveau van deze competenties bij het personeel. Tevens worden weinig maatregelen genomen ter verbetering of consolidatie. Vaak wordt automatisch aangenomen dat de bestaande ICT-competenties voldoende zijn. Ook bij de werving en selectie van personeel wordt er beperkt rekening met ICT-competenties gehouden. Wanneer we het aandeel werknemers dat tekorten in ICT-competenties ervaart in acht nemen, dan zijn deze bevindingen op zijn minst opmerkelijk.

 

ICT-competenties

ICT is een integraal onderdeel van het werk voor het overgrote deel van de Nederlandse werknemers. Toch veronderstelt slechts een kleine meerderheid van geïnterviewde managers dat het ICT-competentieniveau van hun personeel voldoende is. Reden hiervoor is dat het personeel zich met hun bestaande competenties wel red. Mochten er toch beperkingen zijn, dan kunnen die met trainingen worden gerepareerd. Een grote minderheid van de managers (41%) vindt dat hun personeel onvoldoende ICT-competenties bezit. In de zorgsector is dit zelfs een meerderheid. Het beeld dat uit de interviews ontstaat, is dat een substantieel deel van het personeel zich niet voldoende kan redden. Senioren en lager opgeleiden worden als belangrijkste probleemgroepen gezien. De resultaten uit het survey onderzoek ondersteunen dit beeld. Ruim drie kwart van de respondenten weet een groep werknemers aan te wijzen die problemen met ICT- applicaties ervaren. Het gaat dan in de meeste gevallen om oudere werknemers. Daarnaast worden starters en lager opgeleiden genoemd. Ouderen lijken over de hele linie van applicaties ondersteuning te kunnen gebruiken. Lager opgeleiden ervaren veel problemen met bedrijfs-applicaties, spreadsheets en tekstverwerkers, maar ook met andere applicaties. Bij starters blijken de specifieke bedrijfsapplicaties vaak een probleem. Hier komen zij in de organisatie vaak voor het eerst mee in aanraking. Het probleem van een tekort aan ICT-competenties wordt niet als urgent gezien, deels omdat andere competenties belangrijker worden gevonden.

 

Hulp

Ongeveer drie kwart van de respondenten kan (misschien of zeker) over hulp beschikken wanneer zij tekort schieten bij het gebruik van ICT. Een kwart beschikt niet over hulp wat nog meer geldt voor de hulpbehoevende lager opgeleiden. Degene die over hulp beschikken laten zich vooral ondersteunen door collega's en de helpdesk. De laatste bron wordt relatief veel door ouderen en hoger opgeleiden gebruikt. Een derde geeft aan zelf problemen op te lossen door de helpfunctie van de applicatie aan te roepen. Dit geldt relatief meer voor hoger opgeleiden. Ook wordt door een klein deel van de respondenten hulp buiten het werk gezocht, vooral bij kleinere bedrijven waar formele hulp ontbreekt. Kijken we naar het effect van de ingeschakelde hulp, dan zien we dat de hulp voor ongeveer 40% van de respondenten heeft geleid dat het bij eenzelfde probleem in de toekomst niet nodig is opnieuw een beroep te doen. Dit geldt meer voor de hulp van collega's dan de helpdesk. Voor de grote groep waarbij ingeschakelde hulp tot een oplossing heeft geleid, maar een volgende keer toch weer dezelfde bron wordt geraadpleegd, zou het nuttig zijn na te gaan hoe de verkregen hulp in het vervolg tot een meer structurele oplossing kan leiden. 12

 

Rol van onderwijs

Zelfstudie wordt als belangrijkste manier genoemd voor het verkrijgen van ICT-competenties. Daarna volgt het leren van collega's. Ongeveer een kwart van de respondenten noemt nascholing hetgeen relatief populair is bij mannelijke en oudere werknemers. De vooropleiding wordt slechts door zo'n 30% van de respondenten genoemd waaruit blijkt dat deze een relatief kleine rol speelt bij het vergaren van ICT-competenties die benodigd zijn bij de beroepsuitoefening. Dit geldt nog meer voor de lager opgeleide werknemers. Slechts een derde van de starters onder de groep respondenten vindt dat de door hen aangeleerde ICT-competenties in het onderwijs goed aansluiten bij wat zij in hun functie nodig hebben. De resultaten geven aanleiding om de afstemming tussen onderwijs en bedrijfsleven kritisch te evalueren wanneer het gaat over ICT-competenties.

 

Training

Wanneer het gaat over leren werken met ICT, dan zijn formele hulpmiddelen zoals training in het geheel minder belangrijk dan informele bronnen. Ongeveer een derde heeft in de afgelopen drie jaar een training gevolgd waarin aandacht werd besteed aan ICT. Volgens de geïnterviewde managers wordt training in de overheidssector het meest gebruikt, en in de zorg het minst. Bij het gebruik van formele middelen wordt meestal geen proactief beleid gevoerd. De voornaamste redenen voor deelname zijn dat dit verplicht was, dat het tot minder problemen bij het werken met ICT leidt of omdat het goed is voor de carrière. Oudere werknemers noemen relatief vaak dat het voor hen verplicht was deel te nemen, hetgeen eigenlijk niet de beweegreden voor het volgen van een training zou moeten zijn. Juist bij hen zou de motivatie het reduceren van problemen tijdens het werken met ICT moeten zijn. In de groep werknemers (twee derde) die geen training hebben gevolgd geven lager opgeleiden relatief vaak als reden dat zij geen toestemming krijgen. Dit is opvallend omdat ook deze groep meer aandacht nodig heeft wanneer het gaat over ICT-competenties. Werknemers die geen training hebben gevolgd geven als belangrijkste reden tijdgebrek. Ook geeft een deel aan dat ze ICT niet zo belangrijk vinden. Dit geldt relatief vaker voor mensen in de zorgsector. Dit lijkt een gemiste kans aangezien een groot gedeelte van de respondenten die een ICT-training volgden nu minder hulp hoeven in te schakelen. Bij hoger opgeleiden is er een niet te verwaarlozen deel dat vindt dat de training geen effect heeft gehad. Het is voor een organisatie raadzaam de training goed af te stemmen op hetgeen de werknemer nodig heeft, zeker bij hoog opgeleide werknemers. Het verplichten van een training is niet de beste oplossing.

 

Eigen initiatief

Ongeveer twee derde van de respondenten neemt eigen initiatieven om ICT-competenties te verbeteren. Zij doen dit vooral door te vragen naar een ICT-training of door te experimenteren met tutorials of hun smartphone. Wederom geldt voor lager opgeleiden die veel baat kunnen hebben bij het nemen van eigen initiatief, dat zij er het slechtst scoren. Respondenten die geen initiatieven nemen noemen wederom tijdgebrek. Ook vinden zij het niet nodig. Dit laatste geldt relatief veel voor mensen in de zorgsector. Ten slotte zegt een kwart van de mensen die geen initiatief nemen dit niet te doen omdat het niet vanuit de organisatie wordt gepromoot. Het promoten van het verbeteren van ICT-competenties zou voor een organisatie de eerste stap moeten zijn om de aanwezige ICT-problemen aan te gaan pakken. Een groot deel van de werknemers in alle zes de sectoren zou baat hebben bij het verbeteren van hun ICT-competenties. 13

 

Effecten van maatregelen

In tegenstelling tot het geringe bewustzijn en de enigszins passieve houding van managers betreffende ICT-competenties van personeel staat hun positieve constatering over de effecten van maatregelen op dit terrein. Maar liefst 73% van de respondenten geeft dat de maatregelen, zoals trainingen, cursussen en inhuren van externe experts effect hebben gehad. Het meest genoemde effect is dat werknemers efficiënter zijn geworden, ofschoon men niet echt metingen heeft voor de effectiviteit van opleidingen en dergelijke.

 

Werving en selectie

De helft van de medewerkers geeft aan dat het voor hun organisatie duidelijk is welke ICT-competenties nodig zijn voor het uitoefenen van de verschillende functies. Dit is vooral duidelijk omdat het is opgenomen in functieprofielen. Organisaties waar het niet duidelijk is, missen een beschrijving van deze competenties. In de creatieve sector en in de zorg zijn ICT-competenties relatief onbelangrijk, wat resulteert in een gebrek aan een overzicht van benodigde competenties. Dit zien we ook terug bij kleinere bedrijven.

 

Bij de sollicitatie zelf lijken ICT-competenties ook weinig aandacht te krijgen. Ondanks dat een krappe meerderheid van de managers aangeeft dat hun organisatie rekening houdt met ICT-competenties bij het werven van personeel, zegt slechts een derde van de werknemers dat ICT-competenties bij hen ter sprake zijn gekomen. Van de managers die geen rekening houden met ICT-competenties bij de werving van personeel vindt een grote meerderheid dit niet nodig; ze verwachten dat potentiële kandidaten de basis wel beheersen. Wanneer er wel rekening met ICT-competenties wordt gehouden, dan gebeurt dit door te vragen naar de beheersing van deze competenties. Toetsing gebeurt zelden tot nooit. Opvallend is dat naarmate iemand ouder is of lager opgeleid, de kans nog groter wordt dat er bij de sollicitatie geen rekening is gehouden met het niveau van ICT-competenties. Beide zijn juist groepen bij wie ICT-competenties de grootste kans hebben op gebreken die gerepareerd zouden moeten worden voor aanvang van de functie. ICT-competenties lijken echter nog geen prioriteit te hebben bij het zoeken van nieuwe werknemers.

 

Bij iets minder dan 30% van het zittende personeel wordt gemonitord hoe het staat met het niveau van ICT-competenties. Wanneer we de manier bekijken hoe dit gebeurt, dan blijkt dat er vooral naar gevraagd wordt, bijvoorbeeld in een jaargesprek. Zoals we al weten kunnen mensen hun eigen niveau vaak niet goed inschatten. Toetsing ter monitoring zou nodige reparaties beter kunnen identificeren, maar is ongebruikelijk.

 

Twee derde van de geïnterviewde managers vindt het niet moeilijk personeel met juiste ICT-competenties te vinden. Van hen geeft de helft aan dat dit komt omdat de vooropleiding adequaat is en in het onderwijs voldoende competenties worden geleerd. Tevens is het in de huidige crisis relatief makkelijker competent personeel te krijgen. Een derde vindt dit personeel wel moeilijk te vinden, in het bijzonder in de HTSM- en zorgsector. De belangrijkste reden is dat het betreffende werk heel specialistisch is. 14

 

ICT-professional

Van de ICT-ers in de steekproef heeft 40% een gerichte vooropleiding gevolgd. Dit geldt het meest voor de oudste groep en hoger opgeleide ICT-ers. Een grote groep ICT-ers lijkt zonder gerichte vooropleiding te werken. Ofschoon twee derde van de managers voldoende ‘gewoon’ personeel met een voldoende niveau van ICT-competenties kan krijgen, geeft 43% aan dat het moeilijk is om ICT-professionals met de juiste competenties te vinden. Geschikte mensen zijn schaars en sommige sollicitanten hebben niet de gewenste combinatie van competenties. Ook de breedte en de kwaliteit van professionele ICT-competenties worden soms gemist. De industriële sectoren missen meer ICT-professionals op niveau dan de overheid en de zorg.

 

Om organisaties en haar medewerkers meer duidelijkheid te geven over de inhoud van een ICT-functie zou een raamwerk van competenties uitkomst kunnen bieden. De wenselijkheid van een dergelijk raamwerk wordt door 26% van de ICT-ers bevestigd. Een negatief antwoord geeft 16% en 58% zegt misschien. ICT-professionals die een dergelijk raamwerk wenselijk of misschien wenselijk vinden zien als grootste voordeel het makkelijker kunnen vinden van geschikte kandidaten voor een functie. Aan ICT-ers die een raamwerk van competenties niet wenselijk vinden is het meest genoemde bezwaar dat zij dit niet nodig vinden. Ook is een grote groep bang voor privacy-schendingen. De potentiële voordelen van een breed gedragen raamwerk lijken in ieder geval nog niet te worden onderkend. Om een dergelijk raamwerk succesvol te maken dient er eerst meer draagvlak te worden gecreëerd. Slechts 52% van de managers kent de competentiestandaarden van ICT-professionals. Meestal halen zij deze standaarden letterlijk uit de voor hen geformuleerde interne functieomschrijvingen door technici. Vervolgens worden zij dan vaak bij de werving gebruikt, hetzij bij vacatures of bij assessments van personeel. Negentien procent gebruikt helemaal geen standaarden bij werving.

 

De helft van de managers gebruikt standaarden bij de ontwikkeling van de eigen ICT-professionals. Alleen worden die weinig toegepast op de eigen organisatie of verwerkt in een specifiek opleidingsplan of voor het verkrijgen van certificaten. De andere helft van de managers gebruikt geen standaarden voor hun ICT-professionals. Bijna niemand blijkt het e-Competence Framework te kennen. In plaats hiervan stuurt men deze professionals naar training waar zij zelf kunnen zien waarin zij zich kunnen verbeteren. Verder komen de competenties aan de orde in de functioneringsgesprekken. Soms screent een interne ervaren ICT-professional de andere professionals voor het identificeren van competenties die moeten worden verbeterd.

 

Ongeveer 15% van de respondenten die niet als ICT-er werken zegt ooit een ICT-functie geambieerd te hebben. Dit geldt meer voor mannen dan vrouwen, en ook meer voor hoger opgeleiden. Van de kleine groep die interesse had in het vervullen van een ICT-functie heeft een derde nooit stappen ondernomen. 38 Procent is nagegaan welke opleiding er benodigd zou zijn en 26% heeft aan collega's gevraagd hoe zij ICT-er kunnen worden. Het aandeel mensen dat gesolliciteerd heeft of een opleiding is begonnen is veel kleiner. Het algemene beeld dat ontstaat is dat er in de huidige beroepsbevolking weinig animo is voor omscholing en als ICT-er te gaan werken. De belangrijkste redenen zijn dat ICT als zijnde onaantrekkelijk wordt beschouwd of dat ICT te technisch is.