Digital Inequality

research on skills, uses, and outcomes of Internet technology

NetvibesLastfmPownceGoogleLinkedin

Projects

From digital skills to tangible outcomes
Skils uses outcomes238x194

21st-century Digital Skills
sitelogo

Social Context of Digital Inequality
image

 

In the Media

Negen van de tien Nederlanders zijn in hun vrije tijd dagelijks op internet te vinden. Dit komt naar voren uit het Trendrapport Computer- en Internetgebruik 2011 dat de Universiteit Twente maakte in opdracht van het programma Digivaardig & Digibewust, een initiatief van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Tijdens het ECP-EPN Jaarcongres in Scheveningen op donderdag 17 november werd het rapport gepresenteerd.

3 uur en 6 minuten
Met een gemiddelde online aanwezigheid van 3 uur en 6 minuten stijgt daarbij niet alleen het internetgebruik in 2011 ten opzichte van 2010 met 24 minuten per dag, veel gebruikers hebben bovendien steeds meer profijt van het internet. Wel is het zo dat jongeren en hoogopgeleiden meer van de mogelijkheden van internet profiteren dan ouderen en laagopgeleiden.

Internet doet ertoe
De onderzoekers van het trendrapport, Prof. Dr. Jan van Dijk en Drs. Ing. Alexander van Deursen van de Universiteit Twente, zien internet uitgroeien tot ‘een eerste levensbehoefte, vergelijkbaar met eten en drinken’. Prof. Van Dijk: ‘Het internet doet er nu echt toe. Mensen vinden werk via internet, kopen producten online, handelen via marktplaatsen en vinden geliefden via dating-sites. Jongeren en hoogopgeleiden profiteren meer van de mogelijkheden die het internet te bieden heeft dan ouderen en laagopgeleiden. Zo zoekt en vindt 33 procent van de jongeren bijvoorbeeld informatie op internet als ze een medische kwaal hebben, tegenover 22 procent van de 55-plussers.’ Hierdoor dreigt een onzichtbare digitale gebruikerskloof te ontstaan tussen de verschillende lagen en -groepen van de bevolking. De professor vindt dit gevaarlijk.

Studenten koploper
De trend om internet dagelijks en steeds langer te gebruiken zet bovendien door. 84 procent van de gebruikers is iedere dag vanuit huis online, 14 procent is dit wekelijks. De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn nagenoeg verdwenen. Met 3 uur en 54 minuten per dag aanwezigheid op internet zijn studenten koploper, gevolgd door arbeidsongeschikten en werklozen, die vooral veel online games spelen, chatten of online video’s op YouTube kijken. Sociale media als Hyves, Twitter, LinkedIn en Facebook worden nog steeds populairder; 59 procent van de generatie van 16 tot 35 jaar gebruikt sociale media dagelijks. En het zijn vooral vrouwen die hier veel gebruik van maken.

Harde kern niet-gebruikers
Dat maar dan 10 procent van de bevolking internet niet gebruikt, betekent overigens niet dat digitaal analfabetisme in Nederland binnenkort tot het verleden zal behoren. Prof. Van Dijk: ‘Behalve de harde kern niet-gebruikers is er een groep van 20 tot 25 procent die internet slechts sporadisch gebruikt, bijvoorbeeld om e-mail te checken of treintijden op te zoeken. Doordat de samenleving in hoog tempo digitaliseert, dreigen deze mensen af te haken en straks verstoken te blijven van relevante (overheids)informatie, voordelen en ontwikkelmogelijkheden.’

Risico
Een ander punt van zorg is dat Nederlanders in 2011 in vergelijking met een jaar eerder veel minder voorzorgsmaatregelen nemen om zichzelf te beschermen tegen de negatieve gevolgen van internetgebruik. Virusscanners, firewalls, spamfilters, pop-up-blokkeringen en anti-spyware-programma’s worden minder geïnstalleerd en wachtwoorden nauwelijks of nooit veranderd. ‘Erg risicovol’, meent Prof. Van Dijk, die het vermoeden uit dat de oorzaak hiervan ligt in het feit dat de beveiliging steeds meer wordt overgenomen door programma’s. Hierdoor worden jongeren in zijn optiek laks en naïef en doen 55-plussers onvoldoende vaardigheden op om de juiste beschermingsmaatregelen te treffen.