Digital Inequality

research on skills, uses, and outcomes of Internet technology

NetvibesLastfmPownceGoogleLinkedin

Projects

From digital skills to tangible outcomes
Skils uses outcomes238x194

21st-century Digital Skills
sitelogo

Social Context of Digital Inequality
image

 

In the Media

Er vindt een sociale revolutie plaats op internet. Voor het eerst zijn laagopgeleiden langer op internet te vinden dan hoogopgeleiden. Dat blijkt uit het trendrapport over internetgebruik dat GW-hoogleraar Jan van Dijk en promovendus Alexander van Deursen schreven in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Verschillen in internetvaardigheden worden volgens hen steeds groter en dat leidt er toe dat bepaalde bevolkingsgroepen uitgesloten raken. Dat laatste stelt Van Deursen in zijn proefschrift.

In Nederland heeft 93 procent van de bevolking thuis een internetaansluiting. Daarmee zijn we samen met IJsland koploper in Europa. `We bereiken in aansluitingen ons verzadigingspunt', vertelt Alexander van Deursen uit de GW-vakgroep media, communicatie en organisatie. `Vaak wordt uit de grote mate van internetgebruik de conclusie getrokken: iedereen heeft internet, dus iedereen doet mee. Maar dat is zeker niet het geval.'

Er bestaat een groot verschil in het niveau van internetvaardigheden onder de Nederlandse bevolking. Daarover gaat het promotieonderzoek van Van Deursen. Hij verdedigt zijn proefschrift Internet skills, vital assets in an information society op 17 december. `Internet stelt meer eisen aan mensen dan eerdere communicatietechnologieën deden. Het wordt bovendien steeds belangrijker dat je het kunt gebruiken.'

Met hoogleraar Jan van Dijk constateerde Van Deursen dat er een sociale revolutie gaande is. Voor het eerst `verblijven' laagopgeleiden langer op internet dan hoogopgeleiden. `Internet wordt een volksmedium. Dat is niet eerder waargenomen. Het komt vooral omdat laagopgeleiden veel meer chatten, gamen en hyven, toepassingen die meer tijd vragen dan informatie zoeken', aldus de promovendus.

Volgens Van Deursen worden de relatieve verschillen tussen laag- en hoogopgeleiden op internet steeds groter. `Mensen die niet mee kunnen komen, worden uitgesloten. Steeds meer informatie en diensten komen alleen online beschikbaar en niet meer via de telefoon of een balie. Denk aan het kopen van een kaartje voor Lowlands, het boeken van een goedkope vakantie, het kiezen van een zorginstelling of het zoeken naar partijen bij je politieke voorkeur.'

Is zo'n kloof erg? `Verschillen zijn er altijd geweest', denkt Van Deursen. `Maar deze dreigen door een toenemende hoeveelheid online informatie te groeien. Achterblijvers moeten geholpen worden, anders worden ze benadeeld.'

In zijn proefschrift maakt Van Deursen onderscheid tussen operationele en formele vaardigheden zoals navigeren en het gebruiken van online formulieren, en informatieve en strategische vaardigheden zoals informatie zoeken en kritisch beoordelen. In die operationele en formele vaardigheden zijn jongeren sterker dan ouderen, maar op de informatieve en strategische vaardigheden blijk je beter te scoren als je ouder bent.

`Een interessante uitkomst van dit onderzoek. Je hoort vaak dat met het uitsterven van de oudere generatie de kloof in vaardigheden is opgelost. Internetvaardigheid wordt vaak beschouwd als knoppenkennis. Maar verschillen worden juist gemaakt door de kritisch-inhoudelijke vaardigheden. En hier speelt opleidingsniveau een belangrijke rol.'

Om jongeren die vaardigheden bij te brengen, ziet Van Deursen een rol voor het onderwijs. `Ze moeten kritisch leren evalueren en de juiste zoekwoorden gebruiken.' Bij zijn proefpersonen kwam hij de gekste dingen tegen. `Iemand die de hoogte van het minimumloon wil weten en zoekt op “salaris” of “geld”, krijgt nooit de goede informatie. Een ander haalde overheidsinformatie van spreekbeurten.nl, een website voor basisschoolleerlingen.'

`Het zoeken op internet kan goed worden geïntegreerd in vakken als geschiedenis en aardrijkskunde, informatierijke vakken', besluit Van Deursen. Hij ziet niets in een apart vak. `Waarom zou je zoeken om het zoeken? Deze vakken lenen zich uitstekend om internetvaardigheden toe te passen.'