Digital Inequality

research on skills, uses, and outcomes of Internet technology

NetvibesLastfmPownceGoogleLinkedin

Projects

From digital skills to tangible outcomes
Skils uses outcomes238x194

21st-century Digital Skills
sitelogo

Social Context of Digital Inequality
image

 

Sociale ongelijkheid wordt versterkt op internet

Recentelijk berichtte het jaarverslag van de Ombudsman dat ‘er een kloof ontstaat tussen Nederlandse burgers die wel en niet goed zijn met computers’. Zoals uit onderstaande uiteenzetting zal blijken is deze constatering terecht, met de notitie dat er beter kan worden gesproken over graduele verschillen dan over een harde tweedeling zoals het woord kloof impliceert. Aspecten waarin digitale ongelijkheid zich kan manifesteren zijn motivatie en attitude, materiële toegang, vaardigheden, en het gebruik zelf. Vanuit wetenschappelijk onderzoek wordt de huidige situatie in Nederland geschetst (op basis van cijfers uit november 2013).
socialinqua

Motivatie

Nederlanders hebben een positief beeld van internet. Maar liefst 97 procent van de bevolking is gemotiveerd om dit medium te gebruiken. Men ervaart het als makkelijk in gebruik en als een bijdrage aan de ‘levensstandaard’. Eigenlijk zijn de enige uitzonderingen hierop een kleine groep uit de lagere sociale klasse en een grotere groep senioren, waarbij er nog steeds sprake is van ‘computerangst’. Ondanks dat de meeste senioren in een omgeving leven die gebruik van internet faciliteert, weigeren sommigen nog steeds de stap te zetten. We moeten er echter voor oppassen om senioren te beschouwen als een homogene groep met onderling vergelijkbare redenen voor het niet gebruiken van internet. Een gebrek aan motivatie zien we meer bij vrouwelijke, oudere, laaggeletterde en alleenwonende senioren.

Materiële toegang

Na gemotiveerd-zijn is de materiële, fysieke toegang tot internet een voorwaarde. In 2013 was 97 procent van de Nederlandse burgers aangesloten, waarmee Nederland een koppositie in de wereld bezet. De enige groepen die het verzadigingspunt nog niet bereiken zijn 65-plussers en mensen met een laag opleidingsniveau of inkomen. Deze groepen zijn echter aan een inhaalslag bezig. Bij voorkeur wordt internet nog steeds thuis gebruikt, maar het gebruik onderweg en elders, in andere huishoudens (vrienden, familie), blijft echter toenemen. Opvallend is dat sinds 2012 het gebruik op werk en school wat af lijkt te nemen. Daar wordt het internetgebruik namelijk beperkt tot wat noodzakelijk is voor werk en studie. Werknemers en scholieren/studenten weten dat zij nu (met smartphones, laptops en tablets) alle privé-toepassingen makkelijk thuis en onderweg kunnen gebruiken. In het verleden bedienden zij zich meer van de vaste voorzieningen op het werk en op school.

Het gebruik van de traditionele desktop-computer is op zijn retour (64 procent). De laptop (74 procent), tablet (45 procent) en smartphone (53 procent) nemen verder aan populariteit toe. Het gebruik van tablets en smartphones biedt voor diverse applicaties voordelen en vormen een geschikte aanvulling op internet via een groter scherm. Voor zwaardere inhoudelijke zoektochten zijn zij echter nog geen volwaardige vervanging. Mannen internetten op elk apparaat meer dan vrouwen doen. Jongeren internetten via mobiele apparatuur veel meer dan ouderen, die relatief veel gebruik maken van desktop of laptop om te internetten. Hogeropgeleiden gebruiken alle apparaten significant meer dan lageropgeleiden, behalve internet via de televisie of spelcomputer. Zij hebben ook meer apparaten in bezit. Werkzame personen en studenten gebruiken alle apparaten meer dan werklozen doen.

Vaardigheden

De derde soort internettoegang vormen de benodigde vaardigheden. Vaardigheden hebben in Europees beleid steeds vaker de focus; ze worden beschouwd als de sleutel tot de informatiesamenleving. In de afgelopen vier jaar zijn vooral de basale internetvaardigheden toegenomen, met name bij 55-plussers; recente cijfers van het CBS beamen dit. Echter, wat we niet mogen vergeten is dat er bij de (belangrijkere) inhoudelijke vaardigheden nog erg veel ruimte voor verbetering is. Het definiëren van zoekwoorden en het kritisch evalueren van informatie blijft een probleem voor de meeste gebruikers. Hetzelfde geldt voor het creëren van een passend profiel op sociale media, of het kritisch evalueren wat er met wie wordt gedeeld. Ondanks dat mannen zichzelf als vaardiger beschouwen dan vrouwen, zien we dit nooit in daadwerkelijke prestatiemetingen terug. De Nederlandse internetgebruiker kan in drie categorieën worden ingedeeld. Er is een groep onafhankelijke, veelal hoogopgeleide mensen die zichzelf goed kunnen redden. Dan is er een kleine groep die zich vaak richt op formele hulpbronnen bij het gebruik van internet, bijvoorbeeld het volgen van een cursus. Dit zijn vooral senioren. De laatste groep bestaat uit informele hulpvragers die zich richten op familie of vrienden. Hier geldt wel dat de verkregen hulp vaak niet toereikend is, of slechts een kortetermijnoplossing biedt. Recente prestatiemetingen op basis- en middelbare scholen bevestigen dat er ook in het onderwijs nog een grote slag gemaakt kan worden wat betreft het verbeteren van inhoudelijke vaardigheden bij leerlingen. Het is in ieder geval belangrijk dat we ons realiseren dat een tekort aan internetvaardigheid geen tijdelijk probleem is dat automatisch wordt opgelost door veel en lang internetgebruik. Ook binnen organisaties missen veel werkenden de benodigde vaardigheden en is er ruimte voor een efficiëntieslag.

Gebruik

Het laatste aspect is het gebruik van internet. Internet wordt intensief gebruikt door de Nederlandse burger en dit gaat hand in hand met de toegenomen populariteit van veel toepassingen. Bijna alle internetters gebruiken zoekdiensten als Google, e-mailen (beide 99 procent), regelen hun bankzaken online (96 procent) en shoppen online (96 procent). Ook de populariteit van sociale netwerksites is verder toegenomen: hierop is inmiddels 77 procent van de internetgebruikers actief. Dit gebruik veroorzaakt wel een lichte daling bij toepassingen waarvan de functionaliteit wordt overgenomen: deelnemen aan community’s, online-fora of discussiegroepen. Sinds 2012 maken lageropgeleiden in hun vrije tijd iets meer gebruik van internet dan hogeropgeleiden. Wel bestaat dit gebruik relatief vaak uit chatten en vermaakstoepassingen die veel tijd vergen. Dergelijke verschillen in gebruik hebben belangrijke implicaties.

Toenemende ongelijkheid

Wanneer we de cijfers van 2010 tot en met 2013 aangaande de verschillende soorten gebruik naast elkaar leggen, zien we een zorgwekkende trend, namelijk dat ook op internet sociale ongelijkheid aan het toenemen is. We zien dat de groep in de hogere sociale klasse zich relatief meer is gaan richten op toepassingen die hun positie in de maatschappij kunnen verbeteren (bijvoorbeeld het volgen van een online-cursus of het zoeken naar een betere baan). Deze beweging staat haaks op het vaak genoemde ‘open karakter’ van het internet, dat iedereen vooruit zou helpen. Met het volwassener worden van internet zien we dat traditionele offline-voorkeuren zich verplaatsen naar het internet, inclusief de bestaande vormen van ongelijkheid. Dit betekent niet alleen dat niet iedereen in dezelfde mate profiteert van internet, maar ook dat de elitaire groep uit de hogere sociale klasse, die altijd voorop heeft gelopen, steeds meer profiteert in vergelijking met de groep die altijd heeft achtergelopen. De relatieve verschillen worden groter. Over de hele linie zien we echter dat er binnen uiteenlopende domeinen positieve effecten met internetgebruik worden behaald. Zo is 30 procent van de Nederlanders via internet erachter gekomen op welke partij hij of zij wilde stemmen en heeft 38 procent online een petitie of handtekeningenactie ondertekend. Dankzij internet is 62 procent beter op de hoogte van overheidsinformatie en 32 procent heeft via deze weg een subsidie, uitkering of belastingverlaging ontdekt. Maar let wel, deze effecten verschillen dus enorm per groep.

 

Verschenen in: http://www.ingovernment.nl/sites/default/files/archief/ingov2014_2/flash.html#/10/

Add comment


Security code
Refresh